Sergio en de frituur
Niet elke Eurovisiekandidaat eindigt achter een frietketel, maar Sergio Quisquater wel, en hij lijkt er gelukkiger van te worden dan van menig podium. De zanger uit Leuven, die België in 2002 vertegenwoordigde op het Eurovisiesongfestival, staat vandaag meerdere keren per week zelf in een frituur.
Van Eurovisie naar de toog
Sergio is de artiestennaam van Serge Quisquater, geboren in Leuven. In 2002 trok hij naar het Eurovisiesongfestival met het nummer Sister, geflankeerd door drie zangeressen, een act die de geschiedenis in ging als Sergio & the Ladies.
Ruim twintig jaar later is zijn verhouding met de schijnwerpers veranderd. In de podcast Frietcast vertelt hij openhartig over een bewogen parcours: hij herstelde van slokdarmkanker en onderging een openhartoperatie, en toch staat hij opnieuw op de planken. Naast het optreden vond hij een tweede thuis op een plek die niet toevallig het onderwerp van die podcast is: de frituur.
De frituur als constante
Dat Sergio en friet een koppel vormen, is geen nieuw gegeven. Hij vertelde eerder al eens dat hij op één week zeventien keer naar de frituur ging, een cijfer dat in de categorie frietfeiten thuishoort en dat de meeste liefhebbers met stille bewondering aanhoren.
Het verschil is dat hij intussen aan de andere kant van de toog staat. Waar de meeste bekende Vlamingen hun frituur bezoeken, werkt Sergio er. Dat maakt hem een buitenbeentje in het rijtje BV’s die hun frituur delen: voor hem is het geen decor voor een interview, maar een werkplek en een houvast.
Zeventien keer per week
Dat cijfer verdient een rekensom. Zeventien bezoeken in zeven dagen betekent gemiddeld twee en een half per dag, en dus geregeld twee keer op dezelfde dag. Dat is geen eetgewoonte meer, dat is een dagritme.
Ter vergelijking: op een doorsnee dag stapt volgens VLAM zo’n drie procent van de Belgen een frituur binnen, wat neerkomt op ruwweg één bezoek per persoon per maand. Zeventien in een week is dus meer dan een jaar aan gemiddeld frituurbezoek, samengeperst in zeven dagen. Wie zich afvraagt hoe zo’n frietreflex eruitziet als hij helemaal ontspoort: zo dus.
Waarom dat klopt
Er zit een zekere logica in. De frituur is in Vlaanderen bij uitstek de plek zonder pretentie, waar niemand vraagt wat je vroeger deed en iedereen gelijk is aan de toog. Voor wie de druk van de showbizz en een zware ziekte achter zich wil laten, is dat misschien wel de rustigste plek die er is. De pan vraagt geen applaus, alleen aandacht.
Het is meteen de mooiste illustratie van waarom de frituur zo diep in de Vlaamse cultuur zit. Ze is er niet alleen om te eten. Ze is er ook gewoon om te zijn.
Zin in friet? Vind een frituur in jouw gemeente op de frietkaart.