Piet Huysentruyt en de friet
Wie jarenlang op televisie de puntjes op de i zette in de Vlaamse keuken, kijkt ook naar een zak friet met het oog van een chef. Piet Huysentruyt, bekend van SOS Piet, was te gast in Frietcast en pakte er de vraag naar zijn vaste bestelling aan zoals hij een menukaart zou lezen: met een klein en een groot menu.
Het kleine en het gastronomische menu
Zijn eigen indeling, in gastronomische termen. Het kleine menu is een gewoon klein frietje met dubbele mayonaise en eventueel een frikandel, een bewust lichte keuze, want hij is diabeticus en moet dus opletten.
Het gastronomische menu loopt verder uit. Een medium bakje friet met dubbele mayonaise als basis, en daarbovenop een reeks bijgerechten:
- Een frikandel speciaal.
- Een lookworst, liefst met een rood velletje errond, met dubbele tartaar.
- Een versgemaakte kaaskroket, mits die er goed uitziet.
Bij dat laatste hoort een kritische noot. Veel frituren beweren dat hun kaaskroket zelfgemaakt is, en daar is hij niet zo zeker van. Een echte, verse kaaskroket wil hij weleens proeven, maar hij heeft er naar eigen zeggen nog niet veel gezien.
Mayonaise hoort erop, niet ernaast
Hier neemt hij lijnrecht de tegenovergestelde positie in van bekende Vlamingen die hun saus net apart houden. Voor Huysentruyt is er geen twijfel:
Ik ben van oordeel dat iedere friet een kwak mayonaise moet hebben, erop. Geen aparte plastic potjes.
En dan niet zuinig. Zeker de eerste frieten mogen zo royaal bedekt zijn dat het, in zijn West-Vlaamse bewoording, langs je mouwen loopt. Het is de romige, ietwat vettige aanpak waar de mayonaise een onlosmakelijk deel van de friet wordt in plaats van een dipsausje ernaast. Geen goede of foute school, wel een duidelijke keuze, en hij maakt de zijne zonder aarzelen.
Die kaaskroket, technisch bekeken
Zijn twijfel over de “zelfgemaakte” kaaskroket is niet zomaar chefgemopper. Een verse kaaskroket is een van de lastigste dingen die je in een frituur kunt maken: de vulling moet koud stevig genoeg zijn om te paneren en warm net vloeibaar genoeg om te smelten, en dat venster is smal. Ze moet bovendien uren koelen voor ze het vet in kan.
Vandaar dat er in de praktijk vrijwel altijd een industriële in het mandje gaat. Dat is geen schande, wel iets anders dan wat er op het bord staat. Herkennen kan trouwens: een verse kroket heeft een onregelmatige vorm en een ongelijke panering, waar de fabriek perfecte, identieke staafjes levert. Meer daarover bij de kroket.
Belgische friet tot in Zuid-Afrika
Huysentruyt woont een groot deel van het jaar in Zuid-Afrika, en dat maakt zijn frietliefde alleen maar hardnekkiger. Het eerste wat hij doet als hij van het vliegtuig stapt, is bij wijze van spreken een Belgisch frietje halen.
Ginder houdt hij de traditie in leven met de middelen die hij heeft. Bevriende Belgen en een gepensioneerde frikandelfabrikant brengen frikandellen mee uit Nederland, en er gaat een frietje van eigen makelij bij. Zelfs de verpakking reist mee: hij neemt een kartonnen frietbakje uit België mee, want zoiets vind je daar nergens. Het is de mooiste illustratie van hoe diep de frituur in de Vlaamse gewoontes zit, tot je ze in je valies naar het andere halfrond blijft stoppen.
Zelf zin gekregen? Vind een frituur in jouw gemeente op de frietkaart.