friet Ă  la carte

Het erfgoeddossier van de frietkotcultuur

Dat de frietkotcultuur erkend erfgoed is, weet zowat iedereen intussen. Wat bijna niemand weet: er ligt een formulier aan de basis. Een ingevuld aanvraagformulier van 15 november 2013, netjes ingediend bij de Vlaamse overheid, met velden als “domein”, “trefwoorden” en “borgingsmaatregelen”. De friet is dus niet zomaar cultuur geworden. Iemand heeft dat aangevraagd, met bijlagen.

Wie diende het in?

De aanvrager is Navefri-Unafri, voluit het Nationaal Verbond van Frituristen en de Union Nationale des Frituristes. Opgericht in 1984 om de belangen van de frituursector te verdedigen, want frituren horen wel bij de horeca, maar hebben een eigen assortiment en eigen exploitatievoorwaarden. Met ongeveer 1500 leden is het de enige erkende beroepsvereniging voor frituristen van het land.

Navefri doet dus meer dan lobbywerk in ministeriële werkgroepen. Het verbond organiseert jaarlijks de Nationale Dag van de Friturist op de Horeca Expo in Gent, geeft de vakbladen Snackblad en Néo uit, en trad in het dossier expliciet op als ambassadeur van de frietkotcultuur.

Ondersteuning kwam van het Centrum Agrarische Geschiedenis (CAG), het door Vlaanderen erkende expertisecentrum voor agrarisch erfgoed, dat de geschiedenis van landbouw, platteland en voeding vanaf 1750 bestudeert. Precies het soort partner dat een dossier van een frituurfederatie door een erfgoedcommissie loodst.

De Frietkotraad

In april 2013, een halfjaar voor de indiening, werd de Frietkotraad opgericht. Geen folkloristische club, maar de klankbordgroep die de erkenning moest dragen en opvolgen. De samenstelling leest als een dwarsdoorsnede van alles wat in dit land met friet te maken heeft:

HoekWie
BeroepswereldNavefri, Belgapom, Unizo, Boerenbond
Promotie en opleidingVLAM, ApaqW, Syntra
ErfgoedwereldCAG, het Frietmuseum, erfgoedcellen
Kennershistorici, frietkotfans, verzamelaars

De raad engageerde zich om minstens twee keer per jaar samen te komen, om borgingsmaatregelen te evalueren en pijnpunten te signaleren. In het dossier staat er zelfs bij dat de raad in de toekomst uitgebreid zou worden met een of meerdere Duitstaligen. Zo grondig was het bedoeld.

De erfgoedgemeenschap als concentrische cirkels

Het mooiste stuk van het dossier is de manier waarop de erfgoedgemeenschap beschreven wordt: als cirkels die elkaar overlappen.

  • De kern: een 5000-tal frituristen, van wie er 1500 bij Navefri aangesloten zijn.
  • De ring errond: de organisaties die opleiden, promoten en toeleveren. Syntra in Vlaanderen en l’IFAPME in WalloniĂ« leiden op tot frituuruitbater, VLAM organiseert sinds 2000 de jaarlijkse Week van de Friet, Belgapom verenigt de aardappelhandel.
  • Daarna: musea, verzamelaars en onderzoekers. Het Frietmuseum in Brugge met zo’n 70.000 bezoekers per jaar, Home Frit’ Home in Brussel, Le Petit Lancelot in Verviers, en kenners als Paul Ilegems, Pierre Leclercq, AndrĂ© Delcart en Hugues Henry.
  • De buitenste cirkel: de frietkotbezoekers. Oftewel iedereen. Het dossier merkt fijntjes op dat ook een historicus of een museummedewerker weleens naar het frietkot gaat.

De cijfers die ze meestuurden

Een erfgoedaanvraag moet aantonen dat een praktijk leeft. Navefri legde daarvoor onderzoek van VLAM uit 2012 op tafel:

  • 95% van de Belgen gaat minstens één keer per jaar naar de frituur
  • ongeveer een kwart eet er wekelijks friet
  • 5000 frituren, ongeveer één per stadswijk of dorp

Daar staat weinig tegenover in andere sectoren. Een traditie waar 95 procent van de bevolking jaarlijks aan deelneemt, hoeft niet veel te bewijzen. Meer cijfers over de friet vind je hier.

Waarom het “cultuur” is en geen fastfood

Het dossier moest ook uitleggen wat de praktijk precies inhoudt, en dat gebeurt op drie assen. Het ambacht: friet bakken is een vaardigheid, met dubbel bakken en het juiste vet als kern, en elke frituur met een eigen smaak en specialiteit. Het sociale: aan de toog doet rang of stand er niet toe. En de sfeer: warmte, nostalgie en geborgenheid, drie woorden die je zelden in een subsidieaanvraag ziet staan.

De historische lijn erbij: de eerste friet op de kermissen rond 1850, de eerste vaste frietkoten in de jaren 1880, verspreiding over de steden tegen het einde van de negentiende eeuw, en de losstaande barak op haar hoogtepunt tussen 1950 en 1980. Dat de barakken sindsdien verdwijnen, is meteen ook de bedreiging waartegen het dossier zich richt.

En daarna

Vlaanderen nam de frietkotcultuur in 2014 op in zijn inventaris. De Franse en de Duitstalige gemeenschap volgden, tot in 2017. Een UNESCO-erkenning is er ondanks alle krantenkoppen nog altijd niet: dat is een kandidaatstelling, geen erkenning.

Ondertussen doet de erfgoedgemeenschap gewoon waar ze goed in is. Ook de Nationale Orde van de Gulden Puntzak, in 2004 opgericht door Navefri bij haar twintigste verjaardag, bestaat nog altijd: een onderscheiding voor wie zich verdienstelijk maakte voor de Belgische frietcultuur. Frituristen kunnen ze krijgen, maar fans evengoed.

Wat zegt FrietGPT?

FrietGPT heeft het aanvraagformulier gelezen en bevestigt: de Belgische frietkotcultuur voldoet aan alle criteria voor immaterieel erfgoed, met een zekerheid van 99,4 procent. FrietGPT wenst wel op te merken dat het dossier 5000 frituristen vermeldt en geen enkele daarvan om zijn mening is gevraagd tijdens het opstellen van deze samenvatting. Percentage artificieel: aanzienlijk. Percentage friet: nul.

Wil je zelf bijdragen aan het levend houden van dit erfgoed? Zoek een frituur in jouw gemeente en ga er eten. Dat is de enige borgingsmaatregel die echt telt.

Categorie: Frietkotcultuur · Alle artikelen in de Frietipedia