Fritkot Max: bakken sinds 1842
Op de Groenplaats in Antwerpen staat een frietkot dat ouder is dan zowat alles eromheen. Fritkot Max bakt naar eigen zeggen sinds 1842, en geldt daarmee als een van de oudste frietkoten van het land en als het oudste dat vandaag nog bestaat.
Foto: Varech via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0.
Zet dat even naast elkaar: België werd onafhankelijk in 1830. Fritkot Max is dus amper twaalf jaar jonger dan het land zelf. Er is geen Belgisch instituut dat zo lang onafgebroken hetzelfde doet met zo weinig poespas.
1842: het begon niet op de Groenplaats
De naam en de plek horen vandaag onlosmakelijk samen, maar in 1842 stond Fritkot Max helemaal niet op de Groenplaats. Het kraam stond een eind verderop, op het Burchtplein aan de Schelde, vlak bij het Steen. Pas later verhuisde het naar de Groenplaats, waar het nu al generaties staat.
Dat is meteen een goede illustratie van hoe het frietkot werkt: niet het adres maakt het kot, maar de kar, de pan en de naam erboven.
Max en Frits: twee koten, twee uitvinders
Fritkot Max was niet alleen. Samen met Frituur Frits geldt het als het oudste bekende frituur van België. En volgens de overlevering hadden de twee meer gemeen dan hun ouderdom: Frits en Max beweerden allebei de uitvinder van de friet te zijn.
Of dat klopt, valt niet meer na te gaan, en waarschijnlijk klopte het van geen van beiden. Maar het zegt wel iets over de status die een frietkraam toen al had. Je claimde niet zomaar het vaderschap van de friet als er niets aan verbonden was.
Van de twee bleef er één over. Frituur Frits bestaat niet meer, Fritkot Max wel.
Over die Frits is trouwens meer bekend dan je zou denken. In 1857 publiceerde de lokale krant Courrier de Verviers een stuk over ene Fritz die friet verkocht op de kermissen. Ze noemden hem le roi des pommes de terre frites, de koning van de gefrituurde aardappelen. Zijn echtgenote, in de bronnen simpelweg madame Fritz, zou daarnaast een belangrijke rol hebben gespeeld bij het binnenbrengen van de friet in Nederland, meer bepaald in Breda.
Waarom het frietkot begon met wielen
Om te begrijpen waarom “de oudste frituur” zo’n lastige titel is, moet je weten hoe het begon. De frituur vindt haar oorsprong op de Belgische kermissen van de 19e eeuw, en de eerste frietkoten waren mobiel. Ze reisden mee met de andere kermisattracties, van stad naar stad, en stonden dus nooit lang op dezelfde plek.
Pas na de Tweede Wereldoorlog kwamen er steeds vaker vaste frietkoten, het beeld dat wij vandaag als normaal beschouwen: een kot dat er gewoon altijd staat.
Een rondtrekkend kraam laat weinig sporen na. Geen vast adres, geen kadaster, zelden een handelsregister. Dat is de reden waarom de vroegste frietgeschiedenis grotendeels uit krantenknipsels en familieverhalen bestaat.
Wie is nu écht de oudste?
Hier moeten we eerlijk zijn, want de bronnen spreken elkaar tegen.
Fritkot Max wordt beschreven als het oudste nog bestaande frietkot van het land, met 1842 als startjaar. Maar in Doornik rijdt een mobiele frituur die sinds 1885 bestaat en die eveneens omschreven wordt als de oudste nog steeds bestaande frituur van België.
Beide claims kunnen niet tegelijk in dezelfde betekenis waar zijn. De verklaring zit hem waarschijnlijk in de definitie:
- Oudste stichtingsjaar van een zaak die er nog is: dan wint Fritkot Max met 1842.
- Oudste onafgebroken werkende mobiele frituur: dan is de Doornikse kar van 1885 de kandidaat.
- Oudste frituur op dezelfde locatie: dan valt Max af, want dat verhuisde van het Burchtplein naar de Groenplaats.
Daar komt bij dat “nog bestaan” rekbaar is. Telt een zaak nog als dezelfde als de naam blijft maar de eigenaars, de kar en de plek allemaal wisselden? Voor het ene kot wel, voor het andere niet. Wie de discussie liever helemaal opentrekt: de oudste frituur ter wereld stond volgens een 17e-eeuws schilderij sowieso niet in België.
Fritkot Max vandaag
Het kot draait nog altijd. In een radiofragment van 8 november 2023 sprak Anke Van Meer met de huidige eigenaar Thomas De Bruyn en met een oud-eigenaar, die daarnaast voorzitter is van het Nationaal Verbond van Frituristen.
Dat laatste is veelzeggend voor hoe klein en verweven de sector is: de man die ooit achter de pan van het oudste frietkot van het land stond, zit vandaag de belangenvereniging van alle Belgische frituristen voor.
Van kermiskraam tot erkend erfgoed
Wat in 1842 een kraam op een plein was, is intussen officieel beschermde cultuur. De weg daarnaartoe in stappen:
| Jaar | Wat er gebeurde |
|---|---|
| 1842 | Frietkraam aan het Burchtplein bij het Steen, later Fritkot Max op de Groenplaats |
| 1857 | Courrier de Verviers schrijft over Fritz, le roi des pommes de terre frites |
| 1885 | In Doornik start de mobiele frituur die er vandaag nog is |
| na 1945 | Vaste frietkoten verdringen stilaan de rondtrekkende kramen |
| 1984 | Oprichting van het Nationaal Verbond van Frituristen (Navefri-Unafri) |
| 2012 | België telt ongeveer 5.000 frituren |
| 2013 | Tijdens de Week van de Friet starten VLAM en Navefri de erkenningscampagne |
| 10 januari 2014 | Vlaams minister van cultuur Joke Schauvliege erkent het frietkot als cultureel erfgoed |
| november 2016 | Erkenning als Chef d’œuvre du Patrimoine oral et immatériel de la Fédération Wallonie-Bruxelles |
| juli 2017 | Officiële erkenning als Belgisch immaterieel erfgoed |
Belangrijke nuance bij die laatste rijen: de campagne van 2013 groeide uit tot een oproep tot kandidaatstelling als immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid bij UNESCO, en ook in Frankrijk gingen daar stemmen voor op. Een kandidaatstelling is nog geen erkenning. Wat er wél officieel is, is de erkenning door de Belgische gemeenschappen en op Belgisch niveau, zoals in de tabel hierboven.
Eerlijke kanttekening
Het jaartal 1842 komt uit de zaak zelf en uit wat er in de loop der jaren over geschreven is, niet uit een sluitend archiefstuk. Voor een rondtrekkend kermiskraam uit de 19e eeuw bestaat dat soort papier meestal gewoon niet.
Hetzelfde geldt voor het verhaal dat Frits en Max allebei de friet claimden uit te vinden. Dat is overlevering, geen bewijs, en de bronnen zeggen er zelf bij dat het een legende is. Het maakt het niet minder mooi, maar wie het als hard feit doorvertelt, gaat een stap te ver.
Zie ook
Meer over hoe oud de friet echt is bij de oudste frituur ter wereld, over de kermis waar het allemaal begon bij kermisfriet, en over de status van het frietkot bij ons nationale gerecht. Het Frietmuseum in Brugge bewaart een deel van dezelfde geschiedenis, en hoe je aan zo’n toog hoort te bestellen, staat bij bestellen aan de toog.
Zin in een portie geschiedenis? Vind een frituur bij jou in de buurt.