Jarenlang gold Baarle-Hertog als de Vlaamse gemeente zonder frietkot. Tot bleek dat Frituur Eugène al die tijd gewoon in de enclave stond. Een rechtzetting.
Frieten zijn Belgisch, dus waarom zegt de hele wereld 'french fries'? Het soldatenverhaal uit WO I, de legende van de Maasvissers en wat historici er echt van denken.
Koning Filip at op 21 juli 2026 friet op het Vossenplein. Over dat moment, het koninklijk besluit op mayonaise, een snack die Boudewijntje heet, en wat aan de band tussen kroon en friet folklore blijft.
Poutine, chips met jus, salchipapas, chicken salt en friet in een pitabroodje. Een wereldreis langs alles wat andere landen met een gefrituurd aardappelstaafje doen.
Een Mexicano, daarop friet speciaal en bekroond met een frikandel, het Frietje Leopard is een gepantserde snackcombinatie, vernoemd naar de Duitse Leopard 1-tank.
Waarom zegt een Vlaming 'friet' en een Nederlander 'patat'? En smaakt het anders? Een wetenschappelijke en culturele analyse van de laagste der landen.
In november 2013 vroeg Navefri-Unafri om de Belgische frietkotcultuur op te nemen in de Inventaris Vlaanderen van het immaterieel erfgoed. Wat er in dat aanvraagformulier stond, en welke cijfers ze erbij legden.
In Brugge staat het eerste en enige museum ter wereld dat volledig aan friet is gewijd. Drie verdiepingen aardappelgeschiedenis, en friet proeven in de kelder.
Een VLAM-onderzoek toont dat het zien van frituurfriet volstaat om er zin in te krijgen. En dat het bij de Vlaming veel meer oproept dan honger: nostalgie, traditie en trots.
Waarom friet in papier gaat en saus in plastic, wat vetwerend papier zo lastig maakt voor recyclage, en waarom de puntzak nog altijd de beste oplossing is die niemand kan verbeteren.
Het plastic frietvorkje is een van de meest gebruikte en minst bestudeerde voorwerpen uit de frituurcultuur. Waar komt het vandaan, wie vond het uit en waarom is het er in zoveel kleuren?
Friterie, fritkot, baraque à frites of friture: vier woorden voor dezelfde zaak. Wat er in Wallonië, Brussel en Noord-Frankrijk anders heet aan de toog, en wat er identiek blijft.
Fritkot Max bakt al sinds 1842, twaalf jaar na de onafhankelijkheid. Over het Burchtplein, de rivaliteit met Frituur Frits en de weg van kermiskraam naar erkend erfgoed.
Opstaan voor de aardappelen, twee uur piek per dag, en kuisen tot na middernacht. Wat het werk van een friturist inhoudt, en waarom het meer vakmanschap vraagt dan het lijkt.
Welke naam komt het vaakst voor op een Belgisch frietkot? We telden alle 4.166 frituren op de kaart. 't Pleintje staat bovenaan, en de rest van de lijst is een aardrijkskundeles.
We hebben het gemeten: de Belgische frituur staat vier keer vaker naast een kerk dan toeval verklaart. Over de kerktoren als middelpunt, de kermis, en de frituur die de mensen volgde.
Waarom friet en kermis onlosmakelijk zijn: van de eerste frietkar op de Luikse kermis tot de foorkramers van vandaag. En waarom kermisfriet echt anders smaakt.
Het frietkraam op het dorpsplein, de markt en het bedrijventerrein. Waarom mobiele frituren bestaan, wat de gemeente ermee te maken heeft, en waarom ze bijna nooit op een kaart staan.
Friet is het onofficiële nationale gerecht van België: zwart-geel-rood op de vlag, goudgeel in het puntzakje. Over frietcultuur, het frietkot als instituut en de driekleur op je pak friet.
Hoe dialectoloog Jan Stroop in 1972 met een simpele vraag aan 900 correspondenten de patat-frietgrens in kaart bracht, en waarom die grens er nog steeds is.
Namen 1680, het verdwenen manuscript van Jo Gérard, de Parijse Pont-Neuf en het probleem met de aardappel. Waarom niemand de uitvinding van de friet kan bewijzen, en waarom België toch gelijk heeft.