Patat of friet? Op de kaart gezet
Zeg jij patat of friet? Het antwoord verraadt waar je vandaan komt. In 1972 legde dialectoloog Jan Stroop die tegenstelling voor het eerst systematisch in kaart. Zijn patates-friteskaart is uitgegroeid tot een van de bekendste taalplaatjes van het Nederlands.
![]()
Foto: Kliek via Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0.
De vraag
In 1971 stuurde het Meertens Instituut een vragenlijst rond naar dialectsprekers door het hele taalgebied. Vraag 1 luidde:
“Hoe noemt men in uw dialekt de staafjes aardappel die in vet gebakken en ook wel in zakjes verkocht worden?”
Stroop, toen net in dienst als kaartenmaker, kreeg de antwoorden op zijn bureau. Het waren er bijna duizend. En wat bleek? De benaming viel keurig in vier patronen uiteen: patat, friet, frieten en patatfriet / patates frites. Het ene gebied gebruikte het eerste deel van de oorspronkelijke Franse samenstelling, het andere het tweede.
De patat-frietgrens
| Gebied | Benaming | Voorbeelden |
|---|---|---|
| Ten noorden van de grote rivieren | patat (of petat) | “patatje met” |
| Ten zuiden van de grote rivieren + Vlaanderen | friet of frieten | ”een pak friet” |
| West-Vlaanderen | frieten (enkelvoud in onbruik) | “een frieten” |
| Overal, maar als tweedelige naam | patatfriet / patates frites | - |
De grens die Stroop tekende, later de patat-frietgrens gedoopt, valt opvallend samen met de loop van Rijn en Maas. Ten zuiden van de rivieren zegt men friet, ten noorden patat.
Waarom net daar?
De verklaring is even eenvoudig als geniaal. In de zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen, Brabant, Limburg) betekent het woord patat al sinds de 17e eeuw rauwe aardappel. Je kunt onmogelijk én de rauwe knol én het gefrituurde staafje patat noemen. Toen de naam patates frites (“gefrituurde aardappelen”) werd ingekort, grepen Vlamingen en Brabanders dus naar het tweede deel: friet.
In het noorden daarentegen, waar de aardappel gewoon aardappel of pieper heette, was de weg vrij voor patat als naam voor het gerecht. Daar verkortte men patates frites tot patat (of petat, zoals het in sommige dialecten klinkt).
Stroop zag dit haarscherf toen hij de patatten-aardappelengrens (de lijn tot waar de rauwe aardappel patat wordt genoemd) over zijn kaart legde. Ze loopt nagenoeg gelijk met de patat-frietgrens.
Twee golven
Uit de antwoorden leidde Stroop ook af dat de verspreiding in twee golven gebeurde:
- Eerste golf (eind 19e eeuw – begin 20e): Vanuit België trok friet noordwaarts tot aan de grote rivieren. Friet was in Luik al in 1857 bekend en in Antwerpen in 1862, wat aansluit bij de discussie over wie de friet uitvond en over de oudste frituur.
- Tweede golf (na 1945): Vanuit de Randstad verspreidde patatfriet, al snel verkort tot patat, zich over het noorden. In 1972 was men daar nog geen 25 jaar met friet/patat bekend.
Zo ontstond de situatie die Stroops kaart zo treffend weergeeft: een taalgeografisch fossiel van twee onafhankelijke diffusiegolven.
Hoe de kaart tot stand kwam
Stroop tekende de oorspronkelijke kaart met Letraset, afwrijfletters en -symbolen. De bijna duizend antwoorden werden handmatig als stipjes op een papierkaart gezet. In 2004 maakte hij met het computerprogramma CARTO een digitale versie. De versie die op Wikipedia circuleert (als SVG-bestand) is van 2011 en generaliseert de symbolen tot gekleurde gebieden.
Het bijbehorende artikel, Weet wat u eet, verscheen in 2005 in het boek Proeven van dialect en later in Stroops bundel Hun hebben de taal verkwanseld (2010). Het oorspronkelijke artikel uit 1972 heette Een patat mét (..vragen).
Wat er sindsdien veranderd is
De patat-frietgrens staat niet stil. In 2015 herhaalde woordenboekredacteur Miet Ooms het onderzoek op kleine schaal en zag een lichte verschuiving zugunsten van friet. In 2020 deed Thijs van Esch een Twitter-enquĂŞte (949 stemmen) die een diffuus maar noordwaarts opschuivend beeld toonde. En in 2024 analyseerde journalist Rens van de Plas 169 menukaarten: ten zuiden van de rivieren stond uitsluitend friet, ten noorden was patat in de meerderheid maar bijvoorbeeld in Groningen was friet de norm.
Intussen luidt de volkswijsheid: “Zeg je patat? Dan kom je uit het noorden. Zeg je friet? Dan kom je uit het zuiden van Nederland, of uit Vlaanderen.” Stroops kaart bewijst dat het omgekeerde even waar is: je zegt patat of friet omdat je uit het noorden of zuiden komt.
Bronnen: Jan Stroop, “Weet wat u eet” (2005); idem, “Een patat mét (..vragen)” (1972); Paul Ilegems, “De frietkotcultuur” (1993); Miet Ooms, “Friet, patat, aardappel” (2015); Rens van de Plas, menukaartonderzoek (2024).