De bamischijf

Er ligt in het raam van veel frituren een snack die er niet thuishoort en er toch al decennia ligt: een platte, gepaneerde schijf gevuld met noedels. Geen gehakt, geen ragout, geen kaas. Bami. In een friteuse. In Vlaanderen.

Een bamischijf in een Belgische frituur

Foto: Andy Li via Wikimedia Commons, CC0.

Wat is het precies?

Een bamischijf is gebakken bami, stevig gebonden tot een platte schijf, door paneermeel gehaald en gefrituurd. Binnenin zitten de noedels, groenten en kruiden van een gewone bami goreng; buitenaan zit het krokante korstje dat elke frituursnack nodig heeft om overeind te blijven in een puntzak.

De schijfvorm is geen esthetische keuze. Plat betekent veel oppervlak per gram, en dus snel gaar: een bamischijf is in twee tot drie minuten door en door heet, zonder dat de korst verbrandt. Een bol had een koude kern gehad.

Bami, nasi, en de rest

Dezelfde fabrikanten maken meestal de hele familie, en aan de toog worden ze vrolijk door elkaar gehaald.

SnackVullingVerschil
Bamischijfgebakken mienoedels met groentenzachter en draderiger van binnen
Nasischijfgebakken rijst met groenten en kruidenkorreliger, valt sneller uit elkaar
Bamihap of bamiblokdezelfde vulling, dikkere vormmeer vulling per stuk, langer bakken
Kipsaté-schijfrijst of bami met satékruidenzoeter, met pindasmaak

Het onderscheid tussen “schijf”, “hap” en “blok” is grotendeels merkentaal. Wat de ene producent een bamihap noemt, staat bij de andere als bamischijf in de vrieskist.

Hoe komt bami in een frituur?

Via Nederland, en via de geschiedenis. Na de Indonesische onafhankelijkheid kwamen honderdduizenden mensen uit voormalig Nederlands-Indië naar Nederland, en met hen een keuken die er razendsnel ingeburgerd raakte. Bami en nasi werden binnen één generatie doodgewoon huisvoer.

De Nederlandse snackindustrie deed daarna wat ze altijd doet: ze nam een populair gerecht en bracht het in een vorm die uit het vet kan komen. Dezelfde beweging leverde de frikandel, de kaassoufflé en de loempia als frituursnack op. Van daaruit sijpelde de bamischijf de Belgische frituren binnen, eerst in de grensstreek, later overal.

Het is dus geen Indonesische snack en ook geen Vlaamse uitvinding. Het is een Nederlands industrieproduct met een Indonesische stamboom, dat in België gewoon bij het assortiment is gaan horen.

Hoe je hem bakt

Voor thuis geldt hetzelfde als voor de frituur: uit de diepvries, meteen in het hete vet, niet ontdooien. Ontdooide bami wordt papperig en laat vocht los in de olie, en dat is precies wat je niet wil.

  • Temperatuur: rond 175 tot 180 graden
  • Tijd: twee tot drie minuten, tot de korst goudbruin is
  • Airfryer: werkt, maar bespuit de schijf licht met olie, anders blijft het paneermeel bleek en droog. Meer daarover in friet in de airfryer
  • Nooit: in de microgolf. Dan krijg je warme bami in een natte jas

Welke saus?

Hier lopen de meningen uiteen, en dat maakt de bamischijf net interessant. De vulling is al gekruid, dus een zware saus overstemt hem.

  • Satésaus: de logische keuze, en de enige die de Indonesische afkomst nog eert
  • Curryketchup: zoet en zuur tegenover de zoute noedels
  • Chilisaus: fris en scherp, goed bij de pittige varianten
  • Mayonaise: kan, maar voegt vet toe aan iets wat al uit het vet komt

De rest van het assortiment staat in het overzicht van alle frietsauzen.

Waarom hij blijft liggen

De bamischijf hoort bij de categorie snacks die niemand zijn favoriet noemt en die toch nooit uit het raam verdwijnen. Hij is goedkoop, hij is vullend, hij is vleesloos zonder ooit als vegetarische snack verkocht te zijn, en hij smaakt naar iets anders dan de rest van de toog.

Dat laatste is zijn echte functie. Tussen twintig varianten van gefrituurd gehakt is de bamischijf de enige die naar een ander continent smaakt, ook al is hij honderd kilometer verderop gemaakt.

Zin in een bamischijf? Vind een frituur in jouw gemeente op de frietkaart.

Categorie: Snacks · Alle artikelen in de Frietipedia