Het ABC van de frituursnacks
Een alfabet is een handig ding. Zeker als je niet kunt kiezen. Daarom presenteren wij het ABC van de frituursnacks: een onvolledig, subjectief en totaal onwetenschappelijk alfabetisch overzicht. Maar wel eerlijk. En deze keer staan de letters zelfs in de juiste volgorde.
![]()
Foto: www.snack-nieuws.nl via Wikimedia Commons, CC BY 2.0.
A: Appelbeignet
Het bewijs dat de frituur ook een dessertkaart heeft. Een schijf appel in beslag, gefrituurd en bestrooid met poedersuiker. De appelbeignet is de snack voor wie na een grote friet met stoofvleessaus zegt: “En nu iets licht.” Het is niet licht. Het is wel gelukkig makend. Waarom hij als laatste hoort te komen: zie de appelbeignet.
B: Bicky Burger & Berehap
De Bicky is meer dan een burger: het is een Belgische instelling. Een gefrituurde vleesschijf met geheime saus, ui, ketchup en mayo in een sesambroodje. Als de Bicky kon stemmen, zat er al lang een Bicky in het parlement. De berehap dan weer: gehaktbal aan een stokje met ui, familie van de bereklauw, en het verschil tussen die twee is streekgebonden. B is de drukste letter van het snackraam.
C: Cervela
Een droge, gerookte worst die je rauw kunt eten, maar die pas écht tot haar recht komt in de frituur, waar ze opengaat als een bloem. Serveren met mosterd. In sommige streken bekend als “jagersworst”. In andere streken gewoon als “dat ding dat er wat verdord uitziet in het snackraam.” Meer weten? De cervela heeft haar eigen artikel.
D: Duivelspoot
De duivelspoot, ook wel berepoot, is een gekruide, langwerpige gehaktbal. De naam doet meer pijn dan de snack. Lekker met mosterd. En misschien wat psychologische hulp.
E: Eierbal
Een gekookt ei in een jasje van ragout, gepaneerd en gefrituurd. Vooral populair in Groningen en incidenteel in de Belgische grensstreek. Een eierbal is wat je krijgt als iemand zegt: “Ik wil een ei, maar dan frituurbaar.” Het klinkt vreemd, het smaakt geweldig. Waarom u hem in België toch bijna nooit ziet: de eierbal.
F: Frikandel
Het bestverkochte frituurvleesje van België, ook bekend als curryworst of lange hamburger, en niet te verwarren met de frikadel, dat is namelijk een oorlog op zich. Wat erin zit, is een staatsgeheim dat beter bewaard blijft dan de formule van Coca-Cola. Feit: 31% van de Vlamingen bestelt een frikandel. De rest liegt.
G: Gehaktbal (Boulet)
De boulet is de gehaktbal in frituurvorm. Groot, rond, ingesneden in vieren zodat hij goed gaar wordt. Geserveerd met krieken, stoofvleessaus, of gewoon met mayo als u van het leven houdt. De boulet is steun en toeverlaat voor wie geen zin heeft in een langwerpige snack.
H: Hamburger
De klassieke ronde schijf. In de frituur vaak van het voorgebakken, diepgevroren type, maar daarom niet minder geliefd. Een hamburger speciaal (mayo, curry, uitjes) is wat de Bicky is, maar dan zonder het sausgeheim. De Bicky van de arme man, zeg maar.
I: Inloopkroket
Een kroket die je eet terwijl je nog staat te wachten tot je friet klaar is. De inloopkroket is een essentieel onderdeel van de frituurbeleving, net als het plastic frietvorkje en het witte sausbakje. Te warm, te zout, en precies wat je nodig hebt.
J: Julientje
Een Gentse specialiteit: friet bedekt met stoofvleessaus, satékruiden, stukjes viandel, mayonaise en gebakken uitjes. Genoemd naar Julien Taghon van frituur De Gouden Saté in de Overpoort. Het Julientje is wat er gebeurt als een student om 3 uur ‘s nachts zegt: “Doe maar alles wat ge hebt.”
K: Kapsalon & Kipkorn®
De kapsalon is het Rotterdamse bakje geweld met friet, döner, kaas en salade dat ook Vlaanderen veroverde. De Kipkorn dan: een langwerpige kipsnack in een korstje van cornflakes, gelanceerd door Mora in 1986. Kip, maar dan met een feestneus op. Waarom dat cornflakesjasje er echt toe doet, staat bij de kipcorn. Twee totaal verschillende werelden, één letter.
L: Loempia
Oorspronkelijk Chinees, in de Belgische frituur omgevormd tot een gefrituurde rol van groenten en vlees. In sommige frituren heet het loempia, in andere loempia speciaal, en in weer andere “die vreemde rol die niemand bestelt behalve om 2 uur ‘s nachts.” De volledige reis van Zuid-China naar de warmhoudvitrine staat in ons artikel over de loempia.
M: Mexicano & Mitraillette
De Mexicano is de stoere neef van de frikandel: pittig gekruid gehakt dat beweert uit Mexico te komen, maar zijn accent verraadt een fabriek in Mol. En de mitraillette is geen snack maar een monument: een half stokbrood met friet, vlees en saus erin. Brussel op zijn best.
N: Nacho Cheese Bites
Kleine, ronde kaasbitejes. Het antwoord van de snackindustrie op de vraag: “Wat als we kaas in een goudbruin jasje stoppen en het verkopen alsof het Mexicaans is?” Niemand klaagt. Het is kaas. Het is gebakken. Het is goed. Waarom dat jasje geen versiering maar een noodzaak is, staat bij de nacho cheese bites.
O: Oorlog (Patatje Oorlog)
Een Nederlands concept dat soms de grens over waait: friet met mayonaise, pindasaus en uitjes. De naam verwijst naar de smaakexplosie, niet naar een militaire campagne. Al zijn er frituren waar de mayonaise en de pindasaus écht in conflict zijn.
P: Playboy
Een extra lange versie van de cervela, gerookt op beukenhout, vooral populair in de Kempen. Ondanks de suggestieve naam is het gewoon een worst. Een lekkere, gerookte worst. Meer niet. Hou het proper. Het hele verhaal staat bij de Playboy.
Q: Quarterpounder
Eigenlijk niet van de frituur, maar van een bekende Amerikaanse keten. Toch staat hij op menig frituurmenu als “Amerikaanse burger”. De quarterpounder in de frituur is de gast die zegt: “Ik wil iets speciaals,” en dan een gewone grote hamburger bestelt. Wat je voor die meerprijs echt krijgt, hebben we uitgerekend.
R: Ragoutkroket
De koning van de kroketten. Een rol ragout, omhuld door paneermeel, gefrituurd tot perfectie. Verkrijgbaar in rundvlees, kip, wild, en het mysterieuze “allemaaltje”: niets wat erin zit, een beetje van alles. Met mosterd. Altijd met mosterd. Hoe hij zich verhoudt tot de garnaal- en de kaaskroket, leest u bij de kroket.
S: Sjasliek & Sitostick
De sjasliek reisde drieduizend kilometer van de Kaukasus naar het snackraam: blokjes vlees en ui aan een spies, in pittige rode saus. De sitostick is dan weer thuisgekweekte innovatie: ontstaan in de jaren 70 in de Kempen, kalkoenblokjes met ui op een stokje. Tegenwoordig Sito Gold genaamd, omdat goud nu eenmaal beter verkoopt.
T: Taco / Bocado
Een grote, Mexicaans geïnspireerde snack van gekruid gehakt. De Taco is de dikke neef van de Mexicano. Hij doet alsof hij van de straat komt, maar hij komt uit de diepvries. En daar is niets mis mee. Het verschil met de mexicano staat bij de taco.
U: Uitjes (gebakken)
Geen snack op zich, maar een topping die elke snack beter maakt. Op een berehap, op een frikandel speciaal, op een patatje oorlog, op een Julientje: uitjes tillen alles naar een hoger niveau. Rauw, gedroogd en gebakken zijn wel drie verschillende dingen met drie verschillende taken. De enige groente die in de frituur met respect wordt behandeld.
V: Viandel
Een frikandel met een krokant jasje, uitgevonden door Mora in 1988. Het antwoord op de vraag: “Wat als we de frikandel paneren?” Iemand moest het vragen, Mora gaf het antwoord. De viandel is de frikandel in een winterjas. Waarom dat paneermeel meer doet dan knapperen: zie de viandel.
W: Witloof
Ja, witloof in de frituur. Als kroket, als rolletje met kaas en hesp, gepaneerd en gefrituurd. Omdat België het enige land ter wereld is dat zegt: “Weet je wat dit traditionele gerecht nodig heeft? Een laag paneermeel en een duik in het vet.” En ze hebben gelijk.
X: (geen)
Er is geen frituursnack met een X. Tenzij u de Mexicano een X geeft. Of zelf een snack verzint: de “X-tra Large Frikandel Speciaal”. Maar dat telt niet.
Y: Yoghurtsaus
Geen snack maar een saus, en dan nog een controversiële ook. Yoghurtsaus bij de frituur is als een salade bij een hamburger: het kan, maar waarom zou u? Toch zijn er mensen die het bestellen. Wij veroordelen niet.
Z: Zigeunerstick
Een vergeten snack uit de jaren 80: gekruid vlees op een stokje, pittig, met paprika. Vroeger in elke frituur, nu alleen nog in de snackbars van weleer en in het geheugen van veertigplussers. De Zigeunerstick is de snack van uw kindertijd. Mis hem. Waarom hij verdween, en waarom zijn naam intussen ook ter discussie staat: de Zigeunerstick.
Wat zegt FrietGPT?
Ik analyseerde alle 26 letters van het frituurfabet. Conclusie: 25 letters hebben een snack of saus, 1 letter niet (X), en de drukste letters zijn B, K, M en S, die elk twee snacks moeten huisvesten. FrietGPT stelt voor een nieuwe snack voor de X uit te vinden: de “X-treme Curryworst”. U hoort het hier eerst.
Zin in een snack? Vind een frituur bij jou in de buurt.